De stillegging van werkzaamheden in de omgeving van het Julianaplein, de Van Beijerenstraat en de Venenlaan roept bij Hart van Hoorn ernstige vragen op. Volgens een verslag van een betrokken bewoner zou de Omgevingsdienst hebben ingegrepen nadat bij werkzaamheden asbest of asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Als dat klopt, is dat buitengewoon zorgelijk.
Onze fractie heeft eerder al vragen gesteld over de vervuilde bodem in deze wijk. In de beantwoording daarvan wekte het college de indruk dat de gemeente goed wist welke verontreiniging in de bodem aanwezig was en dat de situatie beheersbaar was. Maar als dat zo is, waarom zijn de werkzaamheden dan alsnog stilgelegd? En waarom komt de mogelijke aanwezigheid van asbest of andere gevaarlijke stoffen pas tijdens het graven opnieuw als probleem naar boven?
Bewoners hebben recht op duidelijkheid
Voor bewoners is dit moeilijk uit te leggen. Zij wonen al jarenlang in een wijk waar zorgen bestaan over bodemverontreiniging. In het verleden is bewoners zelfs geadviseerd om geen groente of fruit uit de eigen tuin te eten en niet zomaar met blote handen in de grond te werken. Dat zegt genoeg over de ernst van de situatie.
Juist in zo’n wijk mag de gemeente nooit lichtvaardig omgaan met graafwerkzaamheden. Als bekend is dat de bodem vervuild of verdacht is, dan moet vooraf exact duidelijk zijn waar wordt gegraven, welke stoffen kunnen worden aangetroffen, welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn en hoe bewoners worden beschermd.
Dan hoort er degelijk vooronderzoek te liggen. Dan hoort er een duidelijk graaf- en veiligheidsprotocol te zijn. En dan hoort toezicht vooraf goed geregeld te zijn, niet pas nadat de Omgevingsdienst het werk stillegt.
Wat wist de gemeente vooraf?
De kernvraag is niet alleen wat er in het verleden allemaal in deze bodem is terechtgekomen. De kernvraag is vooral wat de gemeente nu heeft gedaan met de kennis die zij zegt te hebben.
Hart van Hoorn wil daarom weten welke bodemkundige en milieukundige onderzoeken vooraf zijn uitgevoerd. Daarbij gaat het onder meer om bodemonderzoek, asbestonderzoek, historische gegevens, risicobeoordelingen, een graafprotocol, veiligheidsplan en eventuele saneringsmeldingen.
Ook wil onze fractie weten welke juridische kwalificatie aan de werkzaamheden is gegeven. Bij werkzaamheden in bekende of verdachte verontreinigde grond gelden immers strikte regels. Onder de Omgevingswet gelden bij graven en saneren in verontreinigde bodem onder meer zorgplichten, informatieplichten en meldplichten. Bij asbest in de bodem gelden bovendien extra strenge eisen voor onderzoek, uitvoering, veiligheid en sanering.
Eerst feiten, dan verder graven
Voor Hart van Hoorn is duidelijk: bewoners mogen niet opnieuw via incidenten, afzettingen en stilgelegde werkzaamheden moeten ontdekken dat de bodemproblematiek in hun wijk kennelijk nog steeds onvoldoende beheerst is.
De gemeente kan niet aan de ene kant zeggen dat zij weet wat er in de grond zit, en aan de andere kant verrast worden zodra er daadwerkelijk wordt gegraven. Zeker niet in een wijk waar bewoners al jarenlang met zorgen en onzekerheid leven.
Daarom wil onze fractie precies weten waarom de werkzaamheden zijn stilgelegd, welke wettelijke grondslag daarvoor is gebruikt en onder welke voorwaarden het werk eventueel mag worden hervat. Ook moet duidelijk worden of alle noodzakelijke onderzoeken, meldingen en veiligheidsplannen vooraf daadwerkelijk zijn uitgevoerd en gedeeld met de Omgevingsdienst.
Alle stukken op tafel
Hart van Hoorn vraagt het college om volledige openheid. Alle relevante stukken moeten beschikbaar komen voor raad en bewoners. Het gaat onder meer om vooronderzoeken, bodem- en asbestrapporten, meldingen via het Omgevingsloket, werk- en veiligheidsplannen, correspondentie met de Omgevingsdienst, PWN, aannemer en GGD, en het besluit of de aanwijzing waarmee de werkzaamheden zijn stilgelegd.
Ook moet het college duidelijk maken of de eerdere waarschuwing aan bewoners over groente, fruit en contact met tuingrond nog steeds geldt. Als die waarschuwing nog steeds geldt, waarom is daar bij deze werkzaamheden dan niet veel zwaarder op gestuurd? Als die waarschuwing niet meer geldt, op basis van welk onafhankelijk onderzoek is dat dan vastgesteld?
Structurele oplossing nodig voor bewoners
Hart van Hoorn wil niet dat bewoners opnieuw blijven zitten met onzekerheid. De fractie vraagt het college daarom ook om aan te geven hoe deze langslepende bodemproblematiek definitief wordt opgelost.
Wat ons betreft hoort daar een concreet plan van aanpak bij. Daarbij moet ook worden gekeken naar onafhankelijk bodemonderzoek voor bewoners in het betrokken gebied die daar behoefte aan hebben. Als sanering noodzakelijk blijkt, moet helder worden wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe wordt voorkomen dat bewoners met de gevolgen blijven zitten.
Bewoners hebben recht op feiten, veiligheid en duidelijkheid. Niet op geruststellende woorden achteraf. Voor Hart van Hoorn geldt daarom: eerst volledige openheid, dan pas verder graven.




