Hart van Hoorn roept het gemeentebestuur op om eindelijk door te pakken met de toekomst van Hoofd 2B aan de haven. Na jaren van onderzoeken, procedures, aanbestedingen en uitstel is het volgens de partij tijd dat deze unieke locatie weer een bestemming krijgt waar inwoners, ondernemers en bezoekers van de stad daadwerkelijk iets aan hebben.
De locatie aan de haven behoort tot de mooiste en meest zichtbare plekken van Hoorn. Toch staat het pand inmiddels al jarenlang leeg en lijkt iedere nieuwe procedure opnieuw vast te lopen.
“De inwoners van Hoorn zijn inmiddels het overzicht kwijtgeraakt van alle onderzoeken, aanbestedingen en plannen die voorbij zijn gekomen,” zegt woordvoerder Menno Jas van Hart van Hoorn. “Wat wij vooral zien is dat een prachtige locatie jaar na jaar ongebruikt blijft, terwijl ondernemers interesse tonen en de stad juist behoefte heeft aan levendigheid aan de haven.”
Hart van Hoorn heeft daarom samen met Forum voor Democratie schriftelijke vragen gesteld aan het college over de gang van zaken rond Hoofd 2B, de voormalige viskraam. De partij wil onder meer weten waarom eerdere procedures zijn mislukt, hoeveel publieke middelen inmiddels aan het dossier zijn besteed en waarom er nog steeds geen duidelijkheid bestaat over de toekomst van het pand.
Geen nieuwe vertraging, maar een werkbare oplossing
Volgens Hart van Hoorn moet de focus nu niet langer liggen op nieuwe vertragingen, maar op het realiseren van een duurzame en haalbare invulling.
“Of het nu gaat om verhuur, verkoop of een andere constructie: zorg dat er een realistisch plan komt waarmee ondernemers daadwerkelijk uit de voeten kunnen,” aldus Jas. “Blijf niet hangen in procedures. Deze plek verdient een exploitant en de stad verdient een aantrekkelijke voorziening op deze locatie.”
Hart van Hoorn roept het college op om samen met ondernemers, omwonenden en de gemeenteraad te zoeken naar een oplossing die wél werkt.
“Hoofd 2B is geen probleemlocatie, maar een kans. Laten we elkaar helpen om van deze prachtige plek weer iets te maken waar Hoorn trots op kan zijn.”




